Dopen wat mondig is.
Spreken dat bondig is.
Vrij in het christelijk geloven.
Daden gaan woorden te boven.

Algemeen

De Doopsgezinde Geloofsgemeenschap behoort in ons land tot de oudste geloofsgemeenschap, ontstaan tijdens de reformatie. In 1525 hebben de eersten gelovigen zich, op hun persoonlijke geloofsbelijdenis, door elkaar laten dopen.
De eerste groepen ontstonden in Zuid-Duitsland en Zwitserland. 'Wederdopers' werden ze genoemd, omdat ze de kinderdoop afwezen en de volwassendoop aanhingen.
Vanuit Dresden kwamen zij de Noordelijke Nederlanden binnen. De Witmarsumer dorpspastoor Menno Simons trad toe en onder zijn invloed kreeg het vredesdenken een sterke uitstraling. Vandaar dat Friese Doopsgezinden ook wel Mennisten worden genoemd.
Door de vervolgingen trokken groepen Doopsgezinden eerst oostwaarts naar Rusland, om later, om diezelfde reden, naar de Verenigde Staten van Amerika te trekken. Daar zijn verschillende stromingen te vinden, o.a. de Amish gemeenschappen.

Kenmerken uitgangpunten van doopsgezinden

1. Fundament. Er is voor ons geen ander fundament dan Jezus Christus (1 Kor. 3:11).
2. Mondigheid. Door samen rond dit fundament te luisteren naar en te spreken over de bijbelse verkondiging verdiepen wij ons geloofsleven. Zo vormen wij als kring van gelovigen een Gemeente en geen Kerk.
3. Vrijheid van geloven. Wij erkennen geen kerkelijk gezag, noch voor de gemeenteorde, noch voor de geloofsleer en kunnen daarom ondogmatisch worden genoemd. Wij zijn elkaars gelijken in verstaan en uitleg van de bijbelse verkondiging, wij vermanen elkaar en wij zijn in het licht van het gegeven fundament verdraagzaam ten opzichte van leer en levensgedrag van onze zusters en broeders.
4. Woord en daad. Voor ons zijn geloofswoord en geloofsdaad gelijkwaardig en onlosmakelijk met elkaar verbonden. De gevraagde persoonlijke belijdenis aan ieder die wil toetreden is een daad gevat in woorden. Dienstbaarheid staat naast het getuigen en wij streven naar eenvoud in het leven.
5. Doop van mondige mensen. Wij dopen alleen mondige mensen op grond van een eigen, bewuste keuze, vervat in een persoonlijk belijden van geloof.
6. Priesterschap van alle gelovigen. Wij kennen geen kerkelijk ambten die slechts aan bepaalde mensen voorbehouden zijn en waarvoor een bijzondere wijding vereist is.
7. Niet overtuigen, maar getuigen. Wij menen niet zelf de absolute waarheid te bezitten, maar willen samen met anderen zoeken naar verdere geloofsverdieping, waarbij de ander in haar of zijn waarde wordt gelaten.
8. Geweldloosheid. Wij hebben vanouds geweld afgewezen, gedachtig aan de woorden van Jezus in de bergrede (Mat 5, 6,en 7).
9. Open naar anderen. Terwijl wij vrij zijn in geloof, werken wij samen met andere levensbeschouwingen en proberen wij inbreng te hebben in de problemen van de samenleving.
10. Laat uw ja dat u zegt ja zijn en het nee nee (Mat. 5:37). Onder verwijzing naar de tekst uit Mattheus hebben Doopsgezinden het afleggen van de eed geweigerd. Niemand, ook God niet, kan verantwoordelijk worden gesteld voor de betrouwbaarheid van ons getuigenis; alleen wijzelf dragen hiervoor de verantwoordelijkheid.

Kernmerken uitgangspunten uit: “Aangeraakt door de Eeuwige”
Geloofsboek ten behoeve van Doopsgezinde Gemeenten

Mijn doopsgezind zijn

Doopsgezind zijn, sinds 1995 mijn kerkelijk thuis waarbij ik mij niet specifiek gebonden voel aan één gemeente.
Religie is voor mij echter niet iets vaststaands, maar een levenslange persoonlijke ontdekkingsreis. Die ik deels alleen, deels samen met anderen onderneem. Waarbij ik vanuit een open houding naar allerlei tradities, geloofsvormen, het kloosterleven, leefgemeenschappen en andere religies, wil komen tot geloofsverdieping.
Bovendien heeft het Christendom volgens mij niet DE waarheid in pacht. Ieder is op zoek zijn zijn/haar eigen waarheid.

www.doopsgezind.nl
www.dgleeuwarden.org
www.dgheerenveen.doopsgezind.nl